De ochtend is vroeg en mooi. De geledenheid is onverwacht. Ik had niet gedacht dat het nog zou kunnen, maar de perfecte nazomer laat mij niet in de steek. Het is zelfs nog mooier dan de zomer zelf. Ik wil het echt heel graag.
Zij weet wat ik wil. Ze voelt het aan denk ik, want zij kent mij als niemand anders. Maar misschien weet ze het ook omdat ik het er telkens weer over heb. Ze was bij mij een paar dagen eerder en we wisten allebei dat het weer het zou toelaten. Alleen denk ik er verder niet aan. Ik had het misschien al los gelaten tot zij ineens zegt: Zullen we donderdag anders met z'n drieetjes naar het strand gaan? Magisch.
Ze komen me halen, in de loop van de ochtend, maar ik kan haast niet wachten en dus ben ik al achterlijk vroeg wakker. Achterlijk vroeg sta ik onder de douche en maak ik mij klaar voor hun. Veel en veel te vroeg ben ik klaar en wacht ik tot ze komen. Ik heb een hekel aan wachten, maar het is mijn eigen schuld. Dan had ik maar moeten blijven slapen.
Het strand is geweldig, het weer is geweldig. Het water is geweldig. Zij is geweldig. Eén dagje met z'n drieen, alsof ons gezinnetje gewoon bestaat. Heerlijk liggen in de zon, maar ook spelen in het zand met Eva. Hand in hand met Jetske in de waterlijn, terwijl Eva zich vermaakt met een ander kindje. Hand in hand, ja, ze laat me niet los. Ze laat me niet gaan. Het is voorbij, maar nooit afgelopen. Onvoorwaardelijke liefde voor altijd. Nee dat is het niet meer, maar even voor een dag lijkt het weer zo te zijn.
Het was een geweldige dag. |